Skip to main content

Inflatie daalt naar 2,8 procent in februari

Gepubliceerd op: dinsdag 12 maart 2024

Consumentengoederen en -diensten waren in februari 2,8 procent duurder dan in dezelfde maand een jaar eerder, meldt het CBS. In januari was de inflatie 3,2 procent. De inflatie wordt elke maand gemeten als de ontwikkeling van de consumentenprijsindex (CPI) ten opzichte van dezelfde maand in het voorgaande jaar. Het inflatiecijfer van februari is hetzelfde als bij de snelle raming die op 1 maart is gepubliceerd.

Inflatie daalt door prijsontwikkeling voedingsmiddelen

De prijsontwikkeling van voeding zorgde voor een daling van de inflatie. Voedingsmiddelen waren in februari 0,3 procent duurder dan een jaar eerder. In januari waren de prijzen 2,1 procent hoger dan vorig jaar. De kleinere prijsstijging komt vooral door de prijsontwikkelingen van brood- en graanproducten, groenten en vlees.

Prijzen meubelen lager

Ook de prijsontwikkeling van woonproducten zoals meubelen en huishoudelijke artikelen had een drukkend effect op de ontwikkeling van de inflatie. Prijzen van deze productgroep waren in februari gemiddeld 2,7 procent lager dan vorig jaar. In januari was de prijsdaling op jaarbasis 0,5 procent. De grotere prijsdaling van deze productgroep komt met name door de prijsontwikkelingen van meubelen voor in het huis en niet-elektrische keukenartikelen (zoals pannen).

Motorbrandstoffen duurder

De prijsontwikkeling van motorbrandstoffen had daarentegen een verhogend effect op de ontwikkeling van de inflatie. In februari waren motorbrandstoffen 8,6 procent duurder dan in dezelfde maand vorig jaar. In januari waren de prijzen 4,3 procent hoger dan een jaar eerder. Een liter Euro 95 kostte gemiddeld 1,97 euro in februari, in januari was dat 1,91 euro. De prijs van een liter diesel nam toe van 1,74 euro in januari naar 1,81 euro in februari.

Nieuwe methode energieprijzen

Voor het meten en verwerken van de energieprijzen in de CPI gebruikt het CBS vanaf juni 2023 een nieuwe methode. Het CBS publiceerde op dat moment een achtergrondartikel waarin het in meer detail uitlegt wat de overstap betekent voor de CPI, de inflatie en het gebruik van de CPI voor indexeringsdoeleinden.

Inflatie eurozone lager

Het CBS publiceert twee verschillende cijfers voor inflatie. Een op basis van de consumentenprijsindex (CPI) en een op basis van de geharmoniseerde index van consumentenprijzen (HICP). Consumentengoederen en -diensten in Nederland waren volgens de HICP in februari 2,7 procent duurder dan vorig jaar. In januari was de inflatie volgens de HICP 3,1 procent. De inflatie in de eurozone nam af van 2,8 procent in januari naar 2,6 procent in februari.

Verschil CPI en HICP
Om de inflatie tussen landen te kunnen vergelijken, berekenen de lidstaten van de Europese Unie (EU) een consumentenprijsindex volgens internationaal afgesproken definities en methoden. De Europese Centrale Bank gebruikt de HICP voor het monetaire beleid in de eurozone. Daarnaast maken de meeste landen nog een eigen, nationale prijsindex.

Het belangrijkste verschil tussen de CPI en de HICP

oor Nederland is dat de HICP in tegenstelling tot de CPI geen rekening houdt met de kosten van het wonen in de eigen woning. In de CPI worden deze kosten berekend aan de hand van de ontwikkeling van woninghuren. Dit is echter niet het enige verschil. In een publicatie worden deze verschillen verder toegelicht.

Dashboard consumentenprijzen

Het dashboard consumentenprijzen toont de inflatie volgens de consumentenprijsindex (CPI) en de prijsontwikkeling voor een aantal groepen consumentengoederen en -diensten. De persoonlijke inflatiecalculator geeft inzicht in de ontwikkeling van de consumentenprijzen voor een individueel consumptieprofiel.