Fiscaal nieuws

Wanneer komt u in aanmerking voor de kleineondernemersregeling?

Wanneer komt u in aanmerking voor de kleineondernemersregeling? - Copyright Thinkstock
© Thinkstock

Maandag 19 augustus 2019 - U kunt belastingvermindering krijgen op het btw-bedrag dat u moet betalen als u aan de volgende 4 voorwaarden voldoet: 4 voorwaardenU hebt een eenmanszaak of uw onderneming is een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, zoals een maatschap of een vennootschap onder firma.U moet na aftrek van de voorbelasting minder dan € 1.883 btw betalen in een jaar.Uw onderneming is in Nederland gevestigd.U voldoet aan uw administratieve verplichtingen voor de btw.

Let op!

De kleineondernemersregeling geldt niet voor rechtspersonen, zoals bv's, stichtingen of verenigingen. De regeling geldt daarom ook niet als één van de maten in een maatschap een rechtspersoon is. 

Meer dan 1 bedrijf binnen een eenmanszaakHebt u meerdere bedrijven binnen een eenmanszaak? Dan moet u de btw van die bedrijven bij elkaar optellen om de btw-vermindering te berekenen. De regeling geldt namelijk per ondernemer en niet per bedrijf. Maar hebt u een eenmanszaak en neemt u ook deel in een vof, dan hoeft u de bedragen niet bij elkaar op te tellen.

Starten, stoppen of overnemenAls u een bedrijf start, stopt of overneemt, heeft dat geen effect op de kleineondernemersregeling. U mag dus gewoon de kleineondernemersregeling (blijven) toepassen alsof u het bedrijf het hele jaar hebt gehad.

 

Wanneer komt u in aanmerking voor de kleineondernemersregeling?
Wanneer komt u in aanmerking voor de kleineondernemersregeling? - Copyright Thinkstock
© Thinkstock

Maandag 19 augustus 2019 - U kunt belastingvermindering krijgen op het btw-bedrag dat u moet betalen als u aan de volgende 4 voorwaarden voldoet: 4 voorwaardenU...

 

Maximumtarief kosten naheffing parkeerbelasting van 62,70 euro naar 64,50 euro

Maximumtarief kosten naheffing parkeerbelasting van 62,70 euro naar 64,50 euro  - Copyright Thinkstock
© Thinkstock

Zondag 11 augustus 2019 - In een besluit van de minister van BZK wordt het maximale bedrag aangepast dat gemeenten in rekening mogen brengen voor de kosten die gemoeid zijn met het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Dat nieuwe maximum geldt vanaf 1 januari 2020. 

Het tarief bedraagt in 2019 62,70 euro. Gelet op de consumentenprijsindex wordt het tarief voor 2020 vastgesteld op 64,50 euro. Het verhogen van het maximumbedrag in het onderhavige ‘Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen' betekent niet automatisch dat gemeenten het in rekening te brengen bedrag verhogen tot dit maximum; de kosten die zijn verbonden aan het opleggen van de naheffing zullen immers per gemeente verschillen.

Maximumtarief kosten naheffing parkeerbelasting van 62,70 euro naar 64,50 euro
Maximumtarief kosten naheffing parkeerbelasting van 62,70 euro naar 64,50 euro  - Copyright Thinkstock
© Thinkstock

Zondag 11 augustus 2019 - In een besluit van de minister van BZK wordt het maximale bedrag aangepast dat gemeenten in rekening mogen brengen voor...

 

Naheffing parkeerbelasting voor kort stilzetten van auto op parkeerplaats om te bellen

Naheffing parkeerbelasting voor kort stilzetten van auto op parkeerplaats om te bellen - Copyright Thinkstock
© Thinkstock

Maandag 5 augustus 2019 - In een procedure bij de belastingrechter in Amsterdam is in geschil of van een automobilist terecht parkeerbelasting is nageheven.De automobilist heeft aangevoerd dat hij een telefonische oproep kreeg waarvan hij vermoedde dat het dringend was. Omdat zijn handsfree voorziening niet werkte, heeft hij de auto stilgezet op een vrije parkeerplaats, zoals hem ook op matrixborden van de overheid wordt aangeraden. Na anderhalve minuut is hij weer doorgereden.

De belastingrechter oordeelt dat het stilzetten van een auto om een telefoongesprek te voeren op een parkeerplaats wordt aangemerkt als parkeren in de zin van de Verordening Parkeerbelastingen 2017, ook als dat telefoongesprek en het in verband hiermee stil staan van de auto slechts korte tijd heeft geduurd.Het Hof begrijpt dat de automobilist het onredelijk vindt dat in dezen parkeerbelasting is nageheven maar de vraag of het redelijk is parkeerbelasting te heffen in een situatie als het onderhavige staat niet aan de belastingrechter ter beoordeling. De naheffingsaanslag moet gewoon worden betaald. 

Naheffing parkeerbelasting voor kort stilzetten van auto op parkeerplaats om te bellen
Naheffing parkeerbelasting voor kort stilzetten van auto op parkeerplaats om te bellen - Copyright Thinkstock
© Thinkstock

Maandag 5 augustus 2019 - In een procedure bij de belastingrechter in Amsterdam is in geschil of van een automobilist terecht parkeerbelasting is nageheven.De automobilist...

 

Btw-heffing erotische webcamsessies

Btw-heffing erotische webcamsessies - Copyright Thinkstock
© Thinkstock

Zondag 28 juli 2019 - Geelen (hierna X) is beheerder van websites die toegang geven tot een platform waar live erotische webcamsessies worden aangeboden. De webcamsessies worden feitelijk verzorgd door bij X in dienst zijnde modellen op de Filipijnen. De bezoekers van de website bevinden zich in Nederland.

De Inspecteur heeft zich op het standpunt gesteld dat de door X aan de bezoekers verleende diensten voor de heffing van omzetbelasting moeten worden geacht plaats te vinden in Nederland en aldaar zijn belast met omzetbelasting. Hij heeft een naheffingsaanslag opgelegd.Hof Den Bosch heeft – in navolging van partijen – geoordeeld dat de in geding zijnde diensten van X bestaande in het aanbieden van live erotische webcamsessies, moeten worden aangemerkt als in Nederland te belasten vermakelijkheidsactiviteiten waarop het lage btw-tarief van toepassing is. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, oordeelt ons hoogste rechtscollege, de Hoge Raad. (Uitspraak Hoge Raad, nr. 15/04171)

Btw-heffing erotische webcamsessies
Btw-heffing erotische webcamsessies - Copyright Thinkstock
© Thinkstock

Zondag 28 juli 2019 - Geelen (hierna X) is beheerder van websites die toegang geven tot een platform waar live erotische webcamsessies worden aangeboden. De...

 

Verstrekking lening aan cliënt valt niet binnen onderneming belastingadviseur

Verstrekking lening aan cliënt valt niet binnen onderneming belastingadviseur  - Copyright Thinkstock
© Thinkstock

Zondag 28 juli 2019 - X is belastingadviseur/bedrijfsjurist. Hij houdt zich onder meer bezig met het verzorgen van fiscale aangiften en het opstellen van jaarrekeningen, alsmede met het geven van belasting- en bedrijfsjuridische adviezen. X heeft in 2009 een geldlening verstrekt aan een cliënt, die in de loop der jaren steeds verder is opgelopen. Nadat de cliënt failliet is verklaard heeft X zijn vordering op de cliënt (deels) afgewaardeerd en het bedrag van deze afwaardering (€ 127.000) in aanmerking genomen bij de bepaling van zijn belastbare winst uit onderneming.In geschil is of dat terecht is.

X betoogt dat het verstrekken van geldleningen binnen het kader van de normale uitoefening van zijn onderneming valt. Hij heeft gesteld dat hij niet een stereotiepe belastingadviseur is en dat meepraten en adviseren omtrent de bedrijfsvoering zijn lust en zijn leven is.De door X aangedragen feiten en omstandigheden bieden volgens Hof Den Haag echter geen steun voor het oordeel dat de activiteiten van zijn onderneming ruimer moeten worden opgevat, in die zin dat daaronder ook valt het verstrekken van gelden. Evenmin heeft X de geldlening verstrekt voor doeleinden die verband houden met zijn onderneming. De geldlening is volgens het Hof niet in het kader van de normale uitoefening van de onderneming verstrekt en niet dienstbaar aan de onderneming van X. Gelet hierop heeft X de vordering ten onrechte tot zijn ondernemingsvermogen gerekend, zodat het afwaarderingsverlies niet aftrekbaar is van de winst. (Uitspraak Hof Den Haag, nr. 18/00788)

Verstrekking lening aan cliënt valt niet binnen onderneming belastingadviseur
Verstrekking lening aan cliënt valt niet binnen onderneming belastingadviseur  - Copyright Thinkstock
© Thinkstock

Zondag 28 juli 2019 - X is belastingadviseur/bedrijfsjurist. Hij houdt zich onder meer bezig met het verzorgen van fiscale aangiften en het opstellen van jaarrekeningen,...

 

Waardebepaling vastgoed via vooroverleg

Waardebepaling vastgoed via vooroverleg - Copyright Thinkstock
© Thinkstock

Dinsdag 23 juli 2019 - Wilt u voorafgaand aan het indienen van de aangifte van uw klant zekerheid krijgen over de waarde van vastgoed? Vanaf 15 juli doet u dit niet meer met een aanvraag voor een gezamenlijke taxatie, maar voortaan gaat dit via een aanvraag tot vooroverleg. 

In het verzoek om vooroverleg moet u een duidelijke omschrijving van de casus opnemen, waarover u om een standpunt vraagt. Benoem ook alle relevante feiten en omstandigheden. 

Hierbij is het Besluit Fiscaal Bestuursrecht (BFB) van toepassing. In het BFB gaat paragraaf 3 specifiek over vooroverleg en paragraaf 22 heeft betrekking op de vaststellingsovereenkomst. 

Hoge eisen onderbouwingIn het verzoek moet u de waarde van het betreffende vastgoed noemen en onderbouwen. Hier gelden hoge eisen voor. Voldoende onderbouwing is in ieder geval een taxatierapport dat voldoet aan de eisen van het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT) of van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De Belastingdienst stelt het meeleveren van een dergelijk rapport niet verplicht. Een andere onderbouwing die aan vergelijkbare kwaliteitseisen voldoet is ook mogelijk. U kunt hiervoor het standaardformulier vooroverleg en de checklist waardeonderzoek raadplegen.

Meer informatieU leest meer over vooroverleg op belastingdienst.nl/vooroverleg/rulings.

Waardebepaling vastgoed via vooroverleg
Waardebepaling vastgoed via vooroverleg - Copyright Thinkstock
© Thinkstock

Dinsdag 23 juli 2019 - Wilt u voorafgaand aan het indienen van de aangifte van uw klant zekerheid krijgen over de waarde van vastgoed? Vanaf...

 

Strenger toezicht op arbeidsrelaties

Strenger toezicht op arbeidsrelaties - Copyright Thinkstock
© Thinkstock

Dinsdag 23 juli 2019 - Het kabinet wil dat de Belastingdienst het toezicht op arbeidsrelaties aanscherpt vanaf 1 januari 2020.  Door onduidelijkheden in de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) legt de Belastingdienst op dit moment alleen naheffingen en boetes op bij kwaadwillendheid. Vanaf 2020 kan de Belastingdienst ook handhaven als opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet binnen een redelijke termijn opvolgen. Zowel de Belastingdienst als de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) krijgen er nieuwe medewerkers bij om meer toezicht te houden. Ook gaat de Belastingdienst meer samenwerken met de Inspectie SZW zodat signalen van schijnzelfstandigheid sneller worden opgepakt.   

Nieuwe wetgevingNieuwe wetgeving moet meer duidelijkheid en zekerheid geven over arbeidsrelaties. Het kabinet streeft ernaar om de wetgeving in te laten gaan per 2021. Dit zijn de hoofdlijnen van de nieuwe wetgeving die het kabinet voorbereidt: 

Zzp'ers gaan minimaal € 16 per uur verdienen.Zzp'ers die meer dan € 75 per uur verdienen, krijgen de mogelijkheid om een zelfstandigenverklaring te gebruiken. Deze geeft onder meer zekerheid over de loonheffingen en de werknemersverzekeringen.Voor alle opdrachtgevers en zelfstandigen komt er een opdrachtgeversverklaring. Hiermee krijgen zij zekerheid vooraf of sprake is van een dienstbetrekking.

 

Strenger toezicht op arbeidsrelaties
Strenger toezicht op arbeidsrelaties - Copyright Thinkstock
© Thinkstock

Dinsdag 23 juli 2019 - Het kabinet wil dat de Belastingdienst het toezicht op arbeidsrelaties aanscherpt vanaf 1 januari 2020.  Door onduidelijkheden in de Wet deregulering...

 

Kabinet verlengt IOW met 4 jaar

Kabinet verlengt IOW met 4 jaar - Copyright Thinkstock
© Thinkstock

Zondag 7 juli 2019 - De Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW) wordt verlengd. Werknemers vanaf 60 jaar en 4 maanden die werkloos of gedeeltelijk arbeidsongeschikt worden, kunnen aanspraak maken op een IOW-uitkering. Dat staat in een wetsvoorstel waarmee de ministerraad op voorstel van minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft ingestemd. 

De arbeidsmarkt verandert en er moet langer worden doorgewerkt. Met dit wetsvoorstel wil het kabinet oudere werknemers, die ondanks inspanningen van overheid, werkgevers en werknemers toch werkloos of arbeidsongeschikt worden, tegemoet blijven komen. De IOW biedt een tijdelijk vangnet aan oudere werklozen van wie de WW- of WGA-uitkering is afgelopen en die nog geen recht hebben op een AOW-uitkering. Als zij aanspraak willen maken op de bijstand, moeten ze vaak eerst hun eigen vermogen of dat van hun partner ‘opeten'. Om dat te voorkomen, hebben zij recht op een IOW-uitkering totdat zij de AOW-leeftijd bereiken. De IOW zou per 1 januari 2020 aflopen. In het regeerakkoord is afgesproken dat de IOW wordt verlengd met vier jaar tot 1 januari 2024. Omdat een WW-uitkering maximaal twee jaar duurt, kan men tot 1 januari 2026 instromen in de IOW. Als resultaat van een toezegging aan het Kamerlid Stoffer zal de toetredingsleeftijd niet meegroeien met de pensioenleeftijd, zoals afgesproken in het regeerakkoord, maar worden vastgelegd op 60 jaar en 4 maanden. De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Kabinet verlengt IOW met 4 jaar
Kabinet verlengt IOW met 4 jaar - Copyright Thinkstock
© Thinkstock

Zondag 7 juli 2019 - De Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW) wordt verlengd. Werknemers vanaf 60 jaar en 4 maanden die werkloos of gedeeltelijk arbeidsongeschikt...

 

Brede steun Eerste Kamer langzamere stijging AOW-leeftijd

Brede steun Eerste Kamer langzamere stijging AOW-leeftijd - Copyright Thinkstock
© Thinkstock

Zondag 7 juli 2019 - De Eerste Kamer heeft op 2 juli 2019 het wetsvoorstel 'Temporisering verhoging AOW-leeftijd' (35223) met een overgrote meerderheid aangenomen. 

De wetswijziging is nodig om de AOW-leeftijd de komende jaren minder snel te laten stijgen. De temporisering van de AOW-leeftijd is onderdeel van het pensioenakkoord waar de bonden en hun achterbannen onlangs mee instemden. Hiermee heeft het kabinet de eerste stap gezet. Met dit voorstel wordt de AOW-leeftijd de komende twee jaar niet verder verhoogd en komt deze pas in 2024 op 67 jaar. Het wetsvoorstel is op 20 juni 2019 door de Tweede Kamer aangenomen.

Brede steun Eerste Kamer langzamere stijging AOW-leeftijd
Brede steun Eerste Kamer langzamere stijging AOW-leeftijd - Copyright Thinkstock
© Thinkstock

Zondag 7 juli 2019 - De Eerste Kamer heeft op 2 juli 2019 het wetsvoorstel 'Temporisering verhoging AOW-leeftijd' (35223) met een overgrote meerderheid aangenomen. 

 

Diplomaten zijn vrijgesteld van parkeerbelasting

Diplomaten zijn vrijgesteld van parkeerbelasting - Copyright Thinkstock
© Thinkstock

Zondag 23 juni 2019 - De heer X is ‘nationaal lid' van Eurojust dat is gevestigd in Den Haag. Hij heeft zijn auto met een diplomatiek kenteken geparkeerd zonder de verschuldigde parkeerbelasting te voldoen. Daarvoor is hem een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. 

De heer X neemt het standpunt in dat hij wegens zijn diplomatieke status is vrijgesteld van parkeerbelasting. Rechtbank Den Haag stelt hem in het gelijk. Hof Den Haag bevestigt de uitspraak van de Rechtbank. Daartoe overweegt het Hof het volgende. De parkeerbelasting is een algemene belasting. Zij is dus geen 'heffing wegens bepaalde verleende diensten' in de zin van artikel 34, onderdeel e, Verdrag van Wenen. De in die bepaling opgenomen uitzondering op de belastingvrijstellingen voor diplomaten is niet van toepassing.(Uitspraak Hof Den Haag, nummer 18/00814)

Diplomaten zijn vrijgesteld van parkeerbelasting
Diplomaten zijn vrijgesteld van parkeerbelasting - Copyright Thinkstock
© Thinkstock

Zondag 23 juni 2019 - De heer X is ‘nationaal lid' van Eurojust dat is gevestigd in Den Haag. Hij heeft zijn auto met een...

 

Blijf op de hoogte